Zo vindt u het ideale toestel

Gebouwen en hallen

De aard en de grootte van het te verwarmen gebouw bepalen de verwarmingsaard en het nodige vermogen van het toestel. De technische omschrijving van de toestellen vindt U op de volgende bladzijden. Met de hierna volgende vuistregel geven wij U een richtlijn die U kunt raadplegen bij de keuze van Uw toestel. Indien er voorschriften van een architect ter beschikking zijn dan krijgen deze natuurlijk voorrang.

De vuistregel voor gebouwen en hallen gaat van een maximale temperatuursverhoging (het verschil tusssen de laagste buitentemperatuur en de gewenste binnentemperatuur) van 30°c uit.Voor afwijkende temperatuursverhogingen kunt U best volgende regel gebruiken. Voor een verschil van 5° C vermeerdert of vermindert U het vermogen met 17%.

Oude gebouwen of ruwbouwen zonder isolatie.
Olie- of gastoestel: Inhoud (m³) x faktor 0,058 = vermogen (KW)
Elektrotoestel: Inhoud (m³) x faktor 0,041 = vermogen (KW)

Oude gebouwen met middelmatige isolatie.
Olie- of gastoestel: Inhoud (m³) x faktor 0,040 = vermogen (KW)
Elektrotoestel: Inhoud (m³) x faktor 0,030 = vermogen (KW)

Nieuwbouw met goede isolatie.
Olie- of gastoestel: Inhoud (m³) x faktor 0,025 = vermogen (KW)
Elektrotoestel: Inhoud (m³) x faktor 0,020 = vermogen (KW)

Serres en tenten
In tegenstelling met gebouwen en hallen heeft men bij serres en tenten niet de inhoud nodig, maar wel de totale buitenoppervlakte om het vermogen te kennen. Omdat het warmte verlies proportioneel meer afhankelijk is van de buitenoppervlakte.

Serres en tenten zonder isolatie.
Olie- en gastoestel: Buitenoppervlakte (m²) x faktor 0,0064 x temp. Verhoging = vermogen (KW).

Serres met dubbele beglazing of dubbelfolie, thermo-tenten.
Olie- en gastoestel: Buitenoppervlakte (m²) x faktor 0,0037 x temp. Verhoging = vermogen (KW).

Bekijk alle verwarmingstoestellen

Verwarming